Süss so Süss
Oversized cuberdons, gehaakte schoentjes op hoge hakken, Zeer Korte Verhalen over een matras en alledaagse momenten… Drie vrouwen - met Duits, Frans en Vlaams accent – zoeken waar het wringt en waar het kan openbreken in een speelse installatie in Preskop die opent op Sinterklaasdag.
Op het eerste gezicht spinnen ze samen suikergoed, maar zo zoet is het niet.
Caro Böckhoff maakt snoepjes na: Gentse neuzen van klei, glazige lollies op een sokkel van isolatiemateriaal en een huidkleurige, sponzige muis. Haar keramische kegels en zachte sculpturen verleiden tot kijken met mond en tong, de glanslaag likken en de zachtheid opzuigen. Vuilroos en ruw uitgevoerd. Unheimich en een beetje vies.
Tussen de objecten van Caro paradeert het crochet van Laurence Plumier ragfijn en soepel. Draadsculpturen tussen fetisj en kostuum. De gehaakte bananenceintuur refereert aan Josephine Baker, een hommage aan een vrouw die zich bekeken wist als exotisch en primitief en die haarzelfbeschikkingsrecht opeiste met een ‘wilde’ dans in een over the top fallisch rokje. Zo zoet was ze niet. Eerder ondeugend, licht provocerend. Zo rekent de witte Japanse doll-core af met de opgelegde kimono. Voor altijd een meisje? Het haakwerkwil aangeraakt worden, als een tweede huid. Een zwart schaamlapje bengelt tussen erotisch en harig afstotelijk. Een burlesk theater van man-vrouw spanningen.
Tegenover La Muette, het zwart gehaakt masker, waarvan alleen de ogen mogen spreken, laat Liesbet Waegemans haarteksten weerklinken in de ruimte. Observaties van intieme momenten uit het samen-leven van elke dag. Het rommelige binnen tegenover het vormelijke buiten, het sensuele dat ook politiek kan worden. Iets valt uit een routine of staat op het punt te kantelen. De gebalde teksten stellen iets aanwezigmiddenin de installatie. Het woord wordt beeld, de suggestie krijgt vorm en materie, een matras komt uit de taal. Het oogcontact tussen de ik en haar partner bezet de ruimte.
De drie kunstenaars hebben elkaar in de ogen gekeken. Ze delen een voorkeur voor het gewone en het absurde. Tussen de objecten en teksten gonst het van ongemakkelijke golflengten, vitale resonanties, twijfels en vragen. Hoe te leven? Hoe te beminnen? Hoe losbreken uit suikerzoete conditioneringen?
Inge Henneman
Süss so Süss
Oversized cuberdons, gehaakte schoentjes op hoge hakken, Zeer Korte Verhalen over een matras en alledaagse momenten… Drie vrouwen - met Duits, Frans en Vlaams accent – zoeken waar het wringt en waar het kan openbreken in een speelse installatie in Preskop die opent op Sinterklaasdag.
Op het eerste gezicht spinnen ze samen suikergoed, maar zo zoet is het niet.
Caro Böckhoff maakt snoepjes na: Gentse neuzen van klei, glazige lollies op een sokkel van isolatiemateriaal en een huidkleurige, sponzige muis. Haar keramische kegels en zachte sculpturen verleiden tot kijken met mond en tong, de glanslaag likken en de zachtheid opzuigen. Vuilroos en ruw uitgevoerd. Unheimich en een beetje vies.
Tussen de objecten van Caro paradeert het crochet van Laurence Plumier ragfijn en soepel. Draadsculpturen tussen fetisj en kostuum. De gehaakte bananenceintuur refereert aan Josephine Baker, een hommage aan een vrouw die zich bekeken wist als exotisch en primitief en die haarzelfbeschikkingsrecht opeiste met een ‘wilde’ dans in een over the top fallisch rokje. Zo zoet was ze niet. Eerder ondeugend, licht provocerend. Zo rekent de witte Japanse doll-core af met de opgelegde kimono. Voor altijd een meisje? Het haakwerkwil aangeraakt worden, als een tweede huid. Een zwart schaamlapje bengelt tussen erotisch en harig afstotelijk. Een burlesk theater van man-vrouw spanningen.
Tegenover La Muette, het zwart gehaakt masker, waarvan alleen de ogen mogen spreken, laat Liesbet Waegemans haarteksten weerklinken in de ruimte. Observaties van intieme momenten uit het samen-leven van elke dag. Het rommelige binnen tegenover het vormelijke buiten, het sensuele dat ook politiek kan worden. Iets valt uit een routine of staat op het punt te kantelen. De gebalde teksten stellen iets aanwezigmiddenin de installatie. Het woord wordt beeld, de suggestie krijgt vorm en materie, een matras komt uit de taal. Het oogcontact tussen de ik en haar partner bezet de ruimte.
De drie kunstenaars hebben elkaar in de ogen gekeken. Ze delen een voorkeur voor het gewone en het absurde. Tussen de objecten en teksten gonst het van ongemakkelijke golflengten, vitale resonanties, twijfels en vragen. Hoe te leven? Hoe te beminnen? Hoe losbreken uit suikerzoete conditioneringen?
Inge Henneman